Hoe belangrijk het is dat er in Den Haag plekken zijn waar mensen die nergens anders terechtkunnen zich veilig en gezien voelen, stond centraal tijdens de verhalenbijeenkomst van Haags Verhaal op 7 juli.
In Vadercentrum Adam vertelden de initiatiefnemers van opvanghuizen Le Refuge (opvang dakloze queerjongeren) en HouseMartin (voor zieke daklozen) over de mensen voor wie zij zich inzetten en de weg die zij aflegden om deze bijzondere plekken mogelijk te maken. Hun verhalen maakten één ding duidelijk: iedereen heeft een plek nodig waar je jezelf mag zijn.
In het hart van Laak is het al gezellig druk bij Vadercentrum Adam. Buiten genieten bezoekers van de laatste zonnestralen, binnen staat een dampende pan linzensoep klaar en zoeken mensen elkaar op voor een praatje. Aan de muren vertellen fotocollages over de vele activiteiten die hier plaatsvinden: buurtinitiatieven, markten, ontmoetingsavonden en het Repair Café. Terwijl illustrator Maartje Schuurmans de eerste lijnen op papier zet, stroomt de zaal langzaam vol.
Deze avond staat in het teken van de opvang van kwetsbaren onder ons. De initiatiefnemers Marie-Anne van Erp en Jean-Bernard Maweja delen hun verhaal.
Het is al moeilijk genoeg om hulp te moeten vragen
Als Marie-Anne het podium betreedt, kijkt ze glimlachend de zaal rond. “Er zitten hier veel vrijwilligers van HouseMartin. Als ik iets vergeet, vullen jullie me vast wel aan.” De reactie uit het publiek laat meteen zien hoe betrokken iedereen is. HouseMartin draait niet alleen om opvang, maar vooral om mensen die zich met liefde inzetten voor een ander.
Die betrokkenheid loopt als een rode draad door het leven van Marie-Anne. Ze groeide op in België, keerde op haar achttiende terug naar Nederland en zette zich al vroeg in voor mensen die opnieuw moeten beginnen. Ze gaf Nederlandse les aan Iraanse vluchtelingen, werkte jarenlang als vrijwilliger in de Schilderswijk en zag telkens hoe belangrijk het is dat iemand zich welkom voelt.
Eén ervaring liet haar nooit meer los: de soepbus op de Koekamp. Iedere avond werd daar soep uitgedeeld aan mensen die dakloos waren. De uitgiftebalie stond hoog boven de mensen die hun kom kwamen ophalen. “Dat voelde niet goed,” vertelt ze. Daarom zakte ze iedere keer door haar knieën om de soep op ooghoogte aan te reiken. Een klein gebaar, maar voor haar een kwestie van waardigheid. “Het is al moeilijk genoeg om hulp te moeten vragen.”
Langzaam groeide het idee voor HouseMartin. Een plek voor mensen die dakloos én ziek zijn en nergens rustig kunnen herstellen. Niet alleen een bed, maar een huis waar aandacht net zo belangrijk is als zorg.
Hoe groot dat verschil kan zijn, blijkt uit het verhaal van een jonge man die volledig uitgeput binnenkwam. Hij zat ineengedoken aan tafel en de vrijwilligers begonnen samen met hem aan een puzzel. “Dat kan ik eigenlijk niet,” zei hij. Toch werd hij aangemoedigd om het gewoon te proberen. Stap voor stap kwam er weer leven in hem. Toen hij HouseMartin verliet, was hij zichtbaar veranderd. Hij vond vrijwilligerswerk, daarna een baan en later hoorden de vrijwilligers dat hij verloofd was.
Het is precies waarom HouseMartin bestaat: niet alleen om mensen op te vangen, maar om hen de ruimte te geven zichzelf weer terug te vinden. Marie-Anne: “De mensen worden hier niet gezien als een probleem, maar als mens.” Het klinkt eenvoudig, maar juist daarin schuilt de kracht. Dat is hard nodig. In Den Haag zijn duizenden mensen dakloos, terwijl HouseMartin tegelijkertijd slechts vijf mensen kan opvangen. “Het is een druppeltje,” zegt Marie-Anne. “Maar wel een heel belangrijk druppeltje.”

Ik ben niet de enige
Na een korte pauze verschuift het gesprek naar Jean-Bernard Maweja, oprichter van Queer Mind en initiatiefnemer van The Refuge. Ook hij weet hoe het voelt om op zoek te zijn naar een plek waar je jezelf mag zijn.Voor Jean-Bernard begint die zoektocht al vroeg. Aan de hand van foto’s neemt hij de zaal mee naar zijn jeugd in het centrum van Kinshasa, Congo. Dan krijgt het verhaal een andere toon. Zijn zorgeloze jeugd wordt abrupt onderbroken door de burgeroorlog. Zijn ouders worden opgepakt en zijn vader keert nooit meer terug.
Op zijn zestiende dwingt de oorlog Jean-Bernard Congo te verlaten en hij vlucht naar Nederland. Op het scherm verschijnt een portret van zijn moeder. Even wordt het stil in de zaal. Het is, vertelt hij, de enige foto uit zijn jeugd die hij tijdens zijn vlucht heeft kunnen meenemen.
Maar er is nog iets dat hij meedraagt. Jean-Bernard is queer, een deel van zichzelf waarvoor thuis geen ruimte bestaat. Als oudste zoon wordt verwacht dat hij de familie-eer hooghoudt; queer zijn past daar niet binnen. In zijn geboorteland is het een groot taboe. “Queer is eigenlijk alles wat niet binnen het plaatje van ‘normaal’ past,” legt hij uit. Meteen volgt de vraag die de zaal even stil krijgt: “Maar wat ís eigenlijk normaal?”
Een nieuw thuis vinden blijkt iets anders dan je ergens thuis voelen. Ook in Nederland verloopt zijn zoektocht niet zonder obstakels. Hij krijgt te maken met uitsluiting, racisme en het verlies van contact met zijn familie. Er volgt een donkere periode. Pas jaren later verandert er iets. Tijdens een verjaardag in Brussel ontmoet hij voor het eerst een groep queer leeftijdsgenoten met dezelfde Congolese achtergrond. “Ik ben niet de enige.” Vijf woorden die zijn leven veranderen.
Voor het eerst ervaart hij niet alleen erkenning, maar ook herkenning. Wanneer zijn dochter wordt geboren, besluit Jean-Bernard zijn leven opnieuw in te richten. Hij verkoopt zijn huis, zegt zijn baan op en verhuist naar Den Haag om zich volledig te richten op werk waar hij écht achter staat. Vanuit die keuze ontstaan Queer Mind en later The Refuge: een veilige huiskamer voor mensen die door hun identiteit zijn buitengesloten en op zoek zijn naar een plek waar ze zichzelf kunnen zijn.
Hetzelfde kompas
Wanneer Marie-Anne en Jean-Bernard aan het einde van de avond samen terugblikken, wordt duidelijk hoeveel hun verhalen met elkaar gemeen hebben. Hun doelgroepen verschillen, maar de gedachte erachter is dezelfde: achter iedere hulpvraag schuilt een mens die gezien wil worden.
Terwijl bezoekers nog napraten, Maartje haar illustratie presenteert en de laatste koppen soep worden opgeruimd, blijft één uitspraak hangen: “Als je niet jezelf kunt zijn, dan kun je ook niets zijn voor anderen.”
Of het nu gaat om een ziekbed, vluchten of een zoektocht naar acceptatie: ieder mens heeft behoefte aan een plek waar je even op adem kunt komen. Een plek waar je wordt gezien, waar je jezelf mag zijn en waar iemand zegt: je bent welkom.
Fotografie: Floris Scheplitz
Tekenverslag: Maartje Schuurmans, M-Space