Maakt het uit of je op het Veen of op het Zand bent geboren? En wat voor invloed heeft dat op jou? Deze vragen stonden centraal tijdens de verhalensalon die Haags Verhaal in opdracht van het Haags Historisch Museum organiseerde op 22 april in de Centrale Bibliotheek.
De opzet was interactief: het publiek werd direct uitgedaagd om stil te staan bij de, soms wat hardnekkige, beelden en vooroordelen over zand en veen. Maar ook bleek al snel dat niet iedereen wist wat daarmee bedoeld werd. “Zand heeft geld en eet met mes en vork, Veen heeft geen manieren”, was een uitspraak die zowel herkenning als ongemak opriep. Het vormde een scherp vertrekpunt voor de vraag hoe deze denkbeelden zijn ontstaan en in hoeverre ze vandaag nog een rol spelen.
Conservator Valerie Veenvliet van het Haags Historisch Museum nam de aanwezigen mee in de oorsprong van Zand en Veen die teruggaat tot de ontstaansgeschiedenis van Den Haag, waar voor 1800 vooral op zandgrond werd gebouwd. In de 19e eeuw groeide de stad snel en werd er gebouwd op zowel zand als veen. Richting de kust ontstonden ruim opgezette wijken met groen en allure, terwijl op het veen juist dichter en eenvoudiger werd gebouwd. Deze fysieke verschillen gingen gepaard met sociale scheidslijnen. De angst voor ongezonde omstandigheden op het veen versterkte dat contrast. Ook in de 20e eeuw bleef de stad zich ontwikkelen, maar de tweedeling bleef op verschillende manieren zichtbaar.
Het Haags Historisch Museum wil deze geschiedenis niet alleen laten zien, maar ook ruimte maken voor gesprek over de segregatie in de stad en er een expositie over maken in 2028, als het museum weer opent. De Verhalensalon was een van de bijeenkomsten om voor die expositie verhalen en objecten te verzamelen.
Onder leiding van journalist Hizir Cengiz volgde een interview met rechter Yolanda Bosman en ínitiatiefnemer van de Ooievaart, Peter Duivesteijn. Beiden deelden persoonlijke herinneringen aan hun jeugd op het Mariahoeve (Yolanda, zand) en de Schilderswijk (Peter, veen). Hun verhalen lieten zien hoe levendig en sociaal deze wijken waren en dat er helemaal niet zo vanuit tweedeling werd geleefd en gedacht.
Beiden zien hoe de stad verandert, maar dragen ook actief bij aan de leefbaarheid ervan. Door middel van de rondvaarten, de gemeente en locale ondernemers, kon Peter actie ondernemen om de grachten in de binnenstad veilig te houden. Ook hier ziet hij mensen van het zand en veen mêleren, zowel in het publiek als in zijn werknemers. Yolanda benadrukte juist het belang van loskomen van labels. Zij schrijft over haar praktijk als rechter, ook om dat te laten zien. Yolanda pleit voor een open blik waarbij mensen niet in hokjes worden geplaatst. Zijzelf past daar namelijk ook niet in; ze leeft in diverse werelden.
Na het plenaire deel gingen deelnemers in kleinere groepen met elkaar in gesprek, waarbij persoonlijke ervaringen werden gedeeld. Er werd gesproken over verhuizen naar andere wijken, over waar je je thuis voelt en over wat Den Haag typeert. Deze uitwisseling bracht veel herkenning, maar ook nieuwe perspectieven ‘Ik denk dat de investeringen in straatmeubilair in Moerwijk anders zijn dan die in de Archipelbuurt’, aldus een deelnemer (zand).
De verhalen en inzichten die deze avond zijn opgehaald, krijgen een plek in de tentoonstelling Den Haag – Stad van Zand en Veen, die in 2028 te zien zal zijn bij de heropening van het Haags Historisch Museum.
Fotografie: Arenda Oomen